De omgevingsvergunning aanvragen en doorlopen

De omgevingsvergunning aanvragen en doorlopen

Voor de bouw of uitbreiding van een bedrijfspand vraag je een omgevingsvergunning aan. De aanvraag dien je digitaal in bij het loket van de overheid, waarna de gemeente beoordeelt of je plan voldoet aan de geldende wet- en regelgeving en de regels die de gemeente stelt. Een volledige aanvraag voorkomt dat de gemeente later om aanvullende stukken vraagt.

In de praktijk merken we dat vergunningstrajecten lastiger worden en langer duren. Daarom zijn we als VDG Unibouw vroeg betrokken. Samen met jou als opdrachtgever, de architect en de adviseurs bereiden we de aanvraag voor, zodat het ontwerp en de aanvraagstukken op elkaar aansluiten.

Nagaan of je een vergunning nodig hebt

De eerste stap is vaststellen welke activiteiten in je project een vergunning vragen. Dat kan met de vergunningcheck in het digitale loket. Per activiteit zie je of er een vergunning nodig is, een melding volstaat of geen van beide geldt. Bij een bedrijfspand gaat het om de bouw zelf, maar vaak ook om activiteiten zoals het aanleggen van een uitrit, het kappen van bomen of bedrijfsactiviteiten die gevolgen hebben voor het milieu.

Alle activiteiten kun je in één aanvraag combineren, maar je kunt ze ook gefaseerd aanvragen. Bijvoorbeeld eerst de vergunning voor de bouw en later die voor een andere activiteit. Welke aanpak past, hangt af van de planning van je project en de onderzoeken die per activiteit nodig zijn. Dat bespreken we vooraf met je.

De aanvraag voorbereiden

Een goede voorbereiding begint in de analyse. Daarin brengen we samen met je in kaart welke activiteiten er plaatsvinden, welke regels gelden op de locatie en welke onderzoeken nodig zijn. Heb je nog geen locatie, dan nemen we de regels die de gemeente stelt mee bij de zoektocht naar bouwgrond.

Een vooroverleg met de gemeente geeft in een vroeg stadium duidelijkheid. Je legt je plannen voor en hoort welke aandachtspunten de gemeente ziet. Die inbreng nemen we mee in het verdere ontwerp. De gemeente vraagt bij de aanvraag ook of je de omgeving bij je plannen hebt betrokken. Dat is een onderwerp om in deze fase al op te pakken.

De stukken samenstellen en indienen

De gemeente neemt een aanvraag in behandeling als die compleet is. Welke stukken nodig zijn, hangt af van het project. Gebruikelijk zijn bouwkundige tekeningen, constructieve gegevens en rapporten van onderzoek, bijvoorbeeld naar de bodem, geluid of natuur. Werk je met gevaarlijke stoffen, dan komen daar gegevens over de opslag volgens PGS bij.

Het ontwerp levert de inhoud voor de aanvraagstukken. Omdat we ontwerp en aanvraag samen met de architect en adviseurs afstemmen, kloppen de tekeningen, berekeningen en rapporten met elkaar. Dat voorkomt vragen van de gemeente over tegenstrijdige gegevens. Je dient alle stukken samen met het aanvraagformulier digitaal in.

Beoordeling en besluit

Na indiening controleert de gemeente eerst of de aanvraag volledig is. Ontbreken er gegevens, dan krijg je de gelegenheid om die aan te vullen. De beslistermijn wordt in die periode opgeschort. Daarna beoordeelt de gemeente de inhoud van je plan. Zij vraagt daarbij vaak advies aan andere partijen, zoals een omgevingsdienst of de brandweer.

Het uitgangspunt is de reguliere procedure, met een vaste beslistermijn die in bepaalde gevallen verlengd kan worden. Voor sommige activiteiten geldt de uitgebreide procedure. Daarbij legt de gemeente eerst een ontwerpbesluit ter inzage en kunnen belanghebbenden hun mening geven. Deze procedure duurt langer. Na het besluit staat nog bezwaar of beroep open. Is de vergunning verleend, dan kan de voorbereiding van de realisatie beginnen.

Zelf aanvragen of samen met een bouwpartner

Je kunt de omgevingsvergunning zelf aanvragen. Voor een kleine aanpassing aan een bestaand pand is dat vaak goed te doen. Bij nieuwbouw of een grote uitbreiding komen meer onderwerpen samen, zoals bij een bedrijfspand voor productie of logistiek. Dan helpt het als een vaste partij overzicht houdt over het ontwerp, de onderzoeken en het overleg met de gemeente.

Binnen onze werkwijze bekijken we ontwerp, techniek en vergunning in samenhang. Zo signaleren we vroeg welke onderdelen van het plan vragen kunnen oproepen bij de gemeente. Voorbeelden van trajecten die we samen met opdrachtgevers hebben doorlopen, zie je in onze projecten. Op de pagina over onze certificaten en voorwaarden lees je hoe we werken.

VDG Unibouw denkt graag met je mee over de vergunningaanvraag voor je bedrijfspand.

Veelgestelde vragen over de omgevingsvergunning

Wat is het verschil tussen de reguliere en de uitgebreide procedure?

De reguliere procedure is het uitgangspunt en kent een vaste beslistermijn die in bepaalde gevallen verlengd kan worden. Bij de uitgebreide procedure legt de gemeente eerst een ontwerpbesluit ter inzage, zodat belanghebbenden hun mening kunnen geven. Die procedure duurt langer. Welke procedure geldt, hangt af van de activiteiten waarvoor je een vergunning aanvraagt.

Wat gebeurt er als mijn aanvraag onvolledig is?

De gemeente vraagt je dan om de ontbrekende gegevens aan te vullen. Tot de aanvraag compleet is, wordt de beslistermijn opgeschort. Dat kan gevolgen hebben voor je planning. Door het ontwerp en de aanvraagstukken vooraf goed op elkaar af te stemmen, beperk je die kans.

Welke rol speelt VDG Unibouw bij de aanvraag?

VDG Unibouw is vanaf de eerste fase betrokken en denkt in het hele traject met je mee. Samen met jou, de architect en de adviseurs stemmen we het ontwerp en de benodigde stukken op elkaar af en bereiden we het overleg met de gemeente voor. Meer over onze rol lees je op de pagina over VDG Unibouw.

Facebook
Twitter
LinkedIn

Inhoudsopgave

Samen verder als VDG Unibouw

VDG Unibouw is de nieuwe naam van Unibouw. Met een vernieuwde positionering, een nieuwe uitstraling en een nieuwe website laten we beter zien waar we voor staan: een bouwpartner die het volledige ontwikkel- en bouwproces begrijpt en opdrachtgevers ondersteunt waar zij ons nodig hebben.

Wat niet verandert? Onze mensen, onze aanpak en onze focus op samenwerking.